Verdwaalde toeristen

Het viel mij laatst op hoeveel verdwaalde toeristen moeite hadden om Den Haag uit te puzzelen. Het gebeurt regelmatig dat ik langs een stelletje loop dat verdwaald en rommelend met een onhandige kaart de weg naar hun bestemming proberen te vinden. Vooral de route vanuit de stad richting het Vredespaleis schijnen veel toeristen moeite mee te hebben. En nee, dit zijn niet alleen buitenlandse toeristen, ook menige Nederlanders hebben moeite om zich hier de weg wijs te maken. Maar hoe komt dat? Zelf ken ik Den Haag als sinds zo ongeveer m’n geboorte, en zou het centrum van de stad zo als plattegrond kunnen uittekenen. Maar schijnbaar is Den Haag toch een moeilijke stad om uit te vogelen.

Een van de grappigste redenen hiervoor, oké misschien heb ik slechte humor, is dat toen ze Den Haag bouwden hadden besloten om de zee de noordkant te maken. Alles in Den Haag moet dus eigenlijk een kwartslag gedraaid worden. Want we weten onderhand (en toen waarschijnlijk ook al) dat de Noordzee ten opzichte van Den Haag zich toch echt in het westen bevindt.  Je vindt het eigenlijk ook overal in Den Haag terug. Zo loopt de straat Noordeinde (het noordelijke einde van de stad) vanuit de stad richting de zee, dus feitelijk naar het westen. En Westeinde loopt dus eigenlijk naar het zuiden. Het lijkt me heel lastig voor de moderne toerist die thuis of in het hotel op Google Maps onderzoek doet naar de stad, en vervolgens bij de VVV een stadskaart krijgt die eigenlijk een kwartslag gedraaid moet worden.

Maar dat is ook niet het enige. Terwijl ik het idee heb dat in Nederland veel steden straten hebben die één breedte hebben. Als een straat ergens breed begint, dat eindigt het ook ongeveer in dezelfde breedte. En  als er sprake is van een verlenging van de straat onder een andere naam, is die straat ook even breed. In Den Haag is dat niet zo. Hier, en voornamelijk in het stuk tussen de stad en het Vredespaleis (maar ook op andere plekken in de stad), heb je straten van normale breedte, vervolgens krijg je heel grachtenstelsel met dubbele straten, gevolgd door een groot plein en dan een veel smalle straatje waar maar een richtingsverkeer mogelijk is. Al die straten worden natuurlijk even breed op de kaart aangeduid. Geen wonder dat niemand snapt hoe het hier in elkaar zit.

De stad heeft er natuurlijk hard aan gewerkt om het centrum bereikbaarder te maken. De sierlijke zwarte bordjes, met gouden letters die lokalen en bezoekers de weg moeten wijzen zijn heel mooi om aan te zien. Ik vind ze zelf vooral handig om ongeveer te achterhalen hoever ik nog moet lopen of fietsen voordat ik in het centrum ben (oh die laatste 0,3 km is zo zwaar). Maar voor toeristen vind ik ze een stuk minder handig. Het is voor mijn gevoel namelijk te vaak voorgekomen dat die bordjes scheef staan zodat je alsnog niet zeker weet of  je hier nou rechtdoor of naar links moet. En als je zo’n bordje nou echt nodig hebt, is er natuurlijk nooit een.

Maar gelukkig zijn er altijd heel veel lieve mensen hier die die arme mensen hulp aanbieden en de weg wijzen. Dat is ook Den Haag ;).